Publication Pilotstudie naar de langetermijneffecten van blootstelling aan radiofrequente elektromagnetische straling op de hersenen van muizen

Découvrez tous les publications

Publication - Santé

Source via mdpi

Spandole-Dinu S, Catrina AM, Voinea OC, et al.

In deze studie hebben de onderzoekers de langetermijneffecten van blootstelling aan radiofrequenties (RF) op de hersenen van muizen onderzocht. Meer specifiek was het doel van deze studie om mogelijke veranderingen in gedrag te onderzoeken, maar ook in hersenstructuur, evenals de DNA-methylering in de hersenen van muizen blootgesteld aan radiofrequentiestraling. Methylering betekent dat een CH3-groepering (één koolstofatoom en 3 waterstofatomen) zich aan het DNA hecht en de manier verandert waarop het DNA wordt gelezen. De DNA-methylering deactiveert de genen op zowel stabiele als mogelijk omkeerbare wijze.

De onderzoekers stellen ook vraagtekens bij de blootstellingssystemen die in laboratoriumstudies worden gebruikt en die de blootstelling in het werkelijke leven mogelijk niet weerspiegelen. Om die reden hebben ze dan ook vergelijkingen gemaakt tussen een groep muizen in "werkelijke" blootstellingsomstandigheden (vergelijkbaar met het dagelijkse leven) en een groep in laboratoriumomstandigheden.

Muizen werden gedurende 16 weken continu blootgesteld aan radiofrequenties van een wifirouter die vergelijkbaar zijn met deze die in woningen worden gebruikt ("werkelijke" blootstelling) en een laboratoriumapparaat met een frequentie van 2.45 GHz. In deze studie werd ook een derde groep muizen gebruikt: de controlegroep, d.w.z. niet blootgesteld aan radiofrequenties.Vóór en na de blootstelling werden gedragstests uitgevoerd. Aan het einde van het experiment werden weefselanalyses van de hersenen van de muizen en tests uitgevoerd om veranderingen in DNA-methylering te beoordelen.

In totaal werden in dit onderzoek 30 gezonde mannelijke muizen gebruikt. Daarvan werden er 10 opgenomen in de controlegroep (niet-blootgesteld), 10 in de groep waarvoor de wifirouter als blootstellingssysteem werd gebruikt en 10 in de groep waarvoor het laboratoriumapparaat werd gebruikt.

De onderzoekers hebben een hogere bewegingsactiviteit (afgelegde afstand en snelheid) waargenomen bij de muizen in de groep die werd blootgesteld aan de RF van het laboratoriumapparaat in vergelijking met de groep blootgesteld aan de RF van de wifirouter. De onderzoekers benadrukken het gebrek aan samenhang tussen de resultaten van de verschillende studies ter zake. Ze vermelden dat sommige onderzoeken een toename in bewegingsactiviteit laten zien bij muizen die zijn blootgesteld aan RF, terwijl andere onderzoeken een afname in deze activiteit laten zien.

Er werden echter geen structuurveranderingen in de hersenen (cortex, hippocampus, cerebellum) waargenomen, ongeacht de groep, bij de microscopische analyse van de hersenen van muizen die werden blootgesteld. De globale DNA-methylering was lager bij de blootgestelde muizen dan bij de niet-blootgestelde muizen.

Hoewel er een controlegroep is, wat deel uitmaakt van de kwaliteitscriteria waaraan in experimentele studies moet worden voldaan, is het belangrijk op te merken dat deze studie belangrijke beperkingen heeft. De onderzoekers maken inderdaad melding van blinde tests, d.w.z. zonder dat de onderzoekers weten of de muizen de status “blootgesteld” of “niet-blootgesteld” hebben, maar alleen voor waarnemingen met de microscoop. Het uitvoeren van blinde studies is belangrijk omdat daarmee een beperking kan worden weggenomen, namelijk de invloed, zelfs ongewenst, van de uitvoerder van het experiment op de resultaten.

Bovendien werd de temperatuur van de muizen tijdens de experimenten niet geregistreerd. Ten slotte werden de experimenten uitgevoerd op slechts een klein aantal dieren in elke groep, waardoor het niet mogelijk is om de resultaten te generaliseren.

De auteurs concluderen dat er meer onderzoek nodig is om de onderliggende mechanismen en mogelijke effecten van radiofrequente straling op de hersenen te begrijpen.

Op basis van deze studie is het dus niet aannemelijk om een verband te leggen tussen radiofrequenties en effecten op de hersenen.